Ed Koster, foto copyright Ewoud Koster

Paus

13-04-2005

Toen ik hoorde dat de Paus overleden was ging ik op zoek naar een foto van hem met mij. Hij zit nog steeds in het lijstje waarin hij tijden bij mijn vader op de tv stond. Merkwaardig, want Pa had niet zo veel met ‘die Roomsen’, in tegenstelling tot mijn toen al overleden moeder die haar hele leven een oecumenische instelling heeft gehad en het prachtig gevonden zou hebben dat haar ‘jongie’ bij de Paus geweest was. Ik weet niet meer hoe Pa de foto in handen heeft gekregen, die ineens daar in dat lijstje op de televisie stond. Hij heeft er nooit wat over gezegd, maar ik denk dat hij ‘groos’ op me was.
Ik was gevlijd toen ik hoorde dat mijn boek over de Maltese kerkgeschiedenis in het Vatikaan was opgemerkt en ik door de Nunitius - de ambassadeur van de Paus - Mgr. Cassidy, de latere kardinaal, werd uitgenodigd een exemplaar aan de Paus te gaan aanbieden als ik binnenkort in Rome archiefonderzoek zou gaan doen. Dat zou moeten gebeuren door samen met een aantal andere ‘verdienstelijke lieden’ uit de hele wereld plaats te nemen op de eerste rij tijdens een audiëntie in de open lucht voor een groot publiek, waarna de Paus zich na afloop met ieder van ons persoonlijk zou onderhouden.
Op de grote dag toonde ik mijn prachtig gedrukte uitnodiging aan een Zwitserse gardist die prompt in de houding sprong en me hoogstpersoonlijk naar mijn plaats op de eerste rij geleidde. Het uitzicht op de Paus was prima. Het werd wel afzien in de hete septemberzon, want Zijne Heiligheid hield een enorme toespraak, waarna oneindig veel clubjes mensen uit Polen en de rest van de wereld uitgebreid hun aanhankelijkheid toonden. Na drie (!) uur kwam de Paus naar de eerste rij, maar het schoot niet op, want hij nam voor iedereen uitgebreid de tijd. Bijna iedereen kuste zijn hand en was diep ontroerd. Bij mij aangekomen moet hij geweten hebben dat ik niet katholiek was, want hij schudde mijn beide handen en hield ze op een heel warme manier lang vast. We spraken Duits en ik kon merken dat hij over me gebrieft was. Het duurde zo’n minuut of tien. Van dichtbij oogde hij dodelijk vermoeid, toen al. Afgelopen zaterdag, bijna twintig jaar later, is hij thuisgehaald. Het is volbracht.

CeBIT

20-03-2005

Mijn privé vierdaagse bestaat uit het systematisch doorlopen van 25 gigantische beurshallen in Hannover op het enorme complex van de Deutsche Messe, waar de jaarlijkse CeBIT plaatsvindt, de grootste beurs op computergebied ter wereld. Ik ben op zoek naar interessante producten op het gebied van wat tegenwoordig Informatie- en Communicatie technologie (ICT) heet.
Helaas zijn niet alle stands even groot, waardoor de gangpaden in de hallen lang niet altijd een vierkant vormen en ik sommige stukken tot stijgend ongenoegen van mijn voeten twee keer af moet leggen. Grote concerns, zoals Microsoft, Samsung, Panasonic. Kodak en JVC, hebben enorme stands.
Geen truc wordt geschuwd om de aandacht op juist die ene stand te vestigen. Halfblote dames worden onder grote belangstelling door ‘artiesten’ gebodypaint, leden van het publiek mogen de achterkant ‘doen’ en kunnen daarmee een notebook winnen. Kennelijk vond men mij nogal casueel, zoals de Vlamingen zeggen, gekleed. Ik mocht me een net pak laten aanmeten voor een prikkie, mits ik me voor enkele jaren abonneerde bij een telefoonboer. Nee dus. Een andere dame was écht onbaatzuchtig. Ze bood me zonder tegenprestatie een schoenpoetsborstel aan. Ik vraag me nog steeds af waarom...
Veel kleine bedrijfjes uit Oost Azië, maar ook de Verenigde Staten en Canada,  maken deel uit van nationale verzamelstands, zijn soms vlak bij elkaar gesitueerd. In één hal trof ik verzamelstands van Taiwan, Hongkong en de Volksrepubliek China min of meer broederlijk bijeen. Een in Duitsland gevestigd cateringsbedrijf bevoorraadt hen allemaal met vliegtuigkarretjes vol maaltijden met rijst en bami. Men is veelal op zoek grote bedrijven waarvoor men onderdelen wil gaan produceren, of vertegenwoordigers in Europa en/of Amerika voor grappige producten, zoals een miniem toetsenbordstofzuigertje in de vorm van een varkentje.
Wat kwam ik dit jaar tegen? Steeds grotere LCD- en plasma-beeldschermen, videorecorders met harddisks die bij opname reclames uitfilteren, piepkleine telefoontjes en digitale cameraatjes, te veel om op te noemen. En ik ben ook nog verliefd geworden: op een lief klein Italiaans notebookje met een 8,9-inch haarscherp beeldscherm. Maar ja, 2000 Euro is wel veel voor een particulier...
Weer thuis wachtte mijn oververmoeide voeten (en de rest) een weldadig bad. En binnenkort moeten er drie tassen vol folders, persmappen, cd-roms en computertijdschriften met informatie worden doorgewerkt.

 

Rotterdamse nostalgie

14-02-2005

Ik was acht jaar toen ik voor het eerst, aan de hand van mijn vader, de Kuip betrad, die nog immer imposante voetbaltempel van Rotterdam Zuid. Feyenoord versloeg Willem II met 5-0. Daar moest ik gisteren aan denken toen ik keek naar de tv-beelden van Feyenoord-Willem II. Jarenlang ging ik met mijn vader en mijn ooms elke thuiswedstrijd naar ‘het voetballen’, een ander woord voor Feyenoord. In die tijd was het niet de vraag óf Feyenoord zou winnen, maar met hoe veel. Ontelbare keren ben ik verrukt geweest van de fraaie acties van Coentje Moulijn, Cor van der Gijp, Henk Schouten, Beertje Kreiermaat, Jan Klaasssen, Hans Kraay (senior moet er tegenwoordig bij, maar junior kan niet in de schaduw staan van zijn vader) en later Rinus Israel, Willem van Hanegem en Wim Jansen. Veel kampioenschappen heb ik meegevierd en ik was graag meegegaan naar Milaan, waar Feyenoord als eerste Nederlandse club de Europacup won, maar de op handen zijnde geboorte van mijn eerste kind hield me thuis. Nog altijd associeer ik de geboortejaren van mijn oudste drie kinderen met de Europacup (1970), het landskampioenschap (1971) en de eerste UEFA Cup (1974). Daarna ging het minder, met een opleving toen Johan Cruijff met zijn laatste voetbalkunsten Feyenoord kampioen maakte. Ook Ruud Gullit speelde in dat elftal.
Het laatste gesprek dat ik met mijn vader voerde ging over Feyenoord. Hij was ernstig bezorgd over de Zweed aan het roer die er helemaal niks van bakte. Kort na pa’s begrafenis redde Wim Jansen de club, dat had hij mooi gevonden. Daarna kwamen Willem van Hanegem en Leo Beenhakker aan het roer met elk één kampioenschap, ik vergeet de ramp Arie Haan. De bescheiden Bert van Marwijk zorgde een paar jaar geleden weer voor een UEFA Cup.
Elk jaar bezoek ik in januari het steeds kleiner wordende groepje stokoude Rotterdamse ooms en tantes. De toon is de laatste jaren wat in mineur, want de club presteert weer niet geweldig. Dit keer was men vernietigend over de huidige coach: Gullit, een showman, maar een matige trainer. Iemand die een zelf opgeleide, nuttige teamspeler en goaltjesdief Thomas Buffel niet meer opstelt en tenslotte verkoopt heeft weinig krediet bij mijn familie. Als Gullit straks zijn zakken gevuld heeft laat hij niet veel goede voetballers en weinig resultaat achter, vrezen de Kosters. Natuurlijk ben ik blij met de hoge scores tegen de Graafschap en Willem 2, maar dat zijn zwakke clubs. Met mijn tantes en oom blijf hopen op betere tijden en een echt deskundige coach.

Tsunami

10-01-2005

Opeens kenden we een nieuw woord: tsunami, en gingen we het woord zeebeving (weer?) gebruiken. Bij die woorden hoorde een tot dan toe onvoorstelbare ramp, misschien wel de grootste in de moderne geschiedenis, oorlogen buiten beschouwing gelaten. Dankzij de televisie zat je er letterlijk bij en keek ernaar. En snel kwamen de emoties, de hulp, de giften en de plannen. In Nederland culmineerde dat in een ouderwets avondje geven voor het Goede Doel. Zelfs Mies Bouwman werd van stal gehaald.  Die donderdagavond had ik een reeds eerder gemaakte afspraak. Gelukkig, want ik ben geen vriend van Paul de Leeuw (daarmee bedoel ik eigenlijk dat ik hem niet kan uitstaan, maar ik schrijf en spreek nu eenmaal graag in understatements). Ik had dus een excuus om niet te kijken.
Mijn gastvrouw had echter de televisie zachtjes aanstaan, dus ik ontsnapte er niet helemaal aan. Regelmatig trokken bekende Nederlanders aan onze ogen voorbij, zij het dat ik ze lang niet allemaal kende. Eén kende ik wel, ik had hem zelfs een keer met veel plezier mogen interviewen: Hans Wiegel, één van de meest spraakmakende vaderlandse politici van de vorige eeuw. In de auto naar huis hoorde ik de voorlopige eindstand van de actie, een ongekend hoog bedrag. Toen las de nieuwslezer voor dat zojuist bekend was geworden dat Marianne Wiegel, de vrouw van Hans, was verongelukt met haar auto.
Het verhaal is bekend. Pien Wiegel, de jonge vrouw van Hans, overleed in 1980 na een auto-ongeluk. Op dat moment stond haar man op het toppunt van zijn carrière als Minister van Binnenlandse Zaken en Vice Premier in het Kabinet Van Agt 1. Haar zuster Marianne ging voor de jonge kinderen zorgen en trouwde na enige tijd met Hans, die daarop voorgoed de landspolitiek verliet. Ik ken de details niet, maar het lijkt erop dat de geschiedenis zich bijna vijfentwintig jaar later heeft herhaald. Verbijsterend.
Op dezelfde avond werden we geconfronteerd met het leed van honderdduizenden en met het leed van één bekende Nederlandse familie. In beide gevallen voel je je klein en machteloos. Vol tegenstrijdige gevoelens ging ik slapen. Het leven is mooi, maar nu even niet.

Kerststress

12-12-2004

Nagenietend van het laatste stukje boterletter mijmer ik over de voorbereidingen van de kerst. Tot Sinterklaas ben ik niet in stemming, maar dan zijn de eerste kerstkaarten uit het buitenland al binnen. Inmiddels zijn we al weer een week verder en heb ik nog niets gedaan. De kerstkaarten voor het buitenland moesten eigenlijk al de deur uit, willen de ontvangers nog de kans hebben de goede wensen op tijd te retourneren als ze nog niet uit zichzelf aan ons hebben gedacht. Maar ik heb nog geen kaart gekocht en ook nog geen decemberzegels. Ook de jaarlijkse Engelse rondschrijfbrief over onze wederwaardigheden in het afgelopen jaar, die ik met de kaarten voor de oudere garde of per e-mail verstuur, moet nog worden geschreven. Mijn jongste zoon heeft me verboden zijn elektronische kerstkaart van vorig jaar te recyclen, maar een nieuwe heeft hij nog niet gemaakt. En eind deze week moeten de Nederlandse kerstkaarten buiten het dorp de deur uit en moet de rondschrijfbrief in het Nederlands zijn vertaald. Halverwege volgende week moet ik dan lopend de kerstkaarten in het dorp bezorgen, dat is in ieder geval sneller dan per PTT.
Er is in ons gezin geen kerstdwang, maar als de kinderen met partners en kroost het leuk vinden zijn ze hartelijk welkom. Meestal komt dat neer op een vol huis op Tweede Kerstdag. En daar moet dus eten voor worden ingeslagen en bereid, rekening houden met ieders wensen qua smaak en dieet. Daarna nog dagen restjes eten,
Een en ander vergt vooral veel denkwerk, maar ook de uitvoering kost de nodige tijd. Tijd die ik eigenlijk niet heb, want mijn agenda is tot 24 december bomvol. Dat wordt weer schrijven in de kleine uurtjes.
Als alles klaar is wordt het moet ik nog even prakkiseren of ik op kerstavond naar het Hageveld ga, waar een deel van mijn gezin in het koor meezingt, of naar onze gezellige dorpskerk in Vijfhuizen. Gelukkig is dan de stress voorbij en kan ik onbezorgd genieten van de Kerst en de vrije dagen daarna, die ik eigenlijk beter vóór de kerst had kunnen gebruiken.
Ik wens u allen een fijne, relaxte kerst.
 

Pagina: < 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 >