Onbetaalbare herinneringen
18-09-2005
Ieder mens heeft interessante herinneringen, zeker voor de eigen omgeving. Helaas nemen de meeste mensen die herinneringen met zich mee in het graf. Wat zou ik graag meer willen weten van het verleden van mijn grootouders, die ik nooit echt gekend heb, en van hun ouders en grootouders. Ik kan het jammer genoeg mijn ouders niet meer vragen, want inmiddels behoor ikzelf tot de oudste generatie. Om te voorkomen dat straks mijn kinderen en kleinkinderen met hetzelfde probleem zitten moet ik binnen niet al te lange tijd mijn eigen herinneringen eens op papier - in mijn geval in de computer - gaan zetten.
Twee collega’s, die hoorden dat ze niet zo lang meer te leven hadden, gingen hun levensverhaal schrijven, hun dierbaren zijn er heel blij mee. Wie schrijft die blijft.
Mijn wetenschappelijke leermeester Jan van Baal, een markant mens, wiens persoonlijke assistent ik ooit was, goed was voor verschillende vrolijke anekdotes die nodig aan de vergetelheid moeten worden ontrukt, schreef nog in goede gezondheid zijn levensverhaal op voor zijn kleinkinderen. Gelukkig heeft ook een breder publiek in Ontglipt Verleden (twee delen) kennis kunnen nemen van een groot gedeelte - helaas niet alles - van dit boeiende geschrift.
Natuurlijk kan niet iedereen zo prachtig schrijven als Van Baal, maar dat hoeft geen beletsel te zijn. Als ik oude brieven van mijn ouders nalees roept hun eigen, authentieke manier van schrijven juist ontroerende herinneringen bij me op. Juist die eigen stijl maakt juist uw herinneringen op schrift zo waardevol. Het interviewen van bejaarde ouders en grootouders kan heel leuk zijn, de meeste oude mensen praten graag, Laat een recorder ‘meelopen’.
Die computer is - voor wie ermee om kan gaan - een prachtig hulpmiddel bij het opschrijven en ordenen van herinneringen. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat een groeiend aantal 50-plussers hiermee aan de slag gaat. Addo Stuur, de man die eerst vele kinderen en later nog meer ouderen de eerste beginselen van het computeren bijbracht, heeft ook op dit gebied baanbrekend werk verricht. Zijn onlangs verschenen boekje Schrijf uw biografie en maak daarbij handig gebruik van uw computer zal menigeen over de drempel trekken. Het boekje staat boordevol ideeën, tips en voorbeelden. Wilt u wel, maar weet u niet hoe? Ik acht de kans groot dat Addo u over de streep trekt. In ieder geval heeft hij mij hard aan het denken gezet, het lijkt me een nieuwe, plezierige uitdaging.
Duisenberg
08-08-2005
Eén keer heb ik het voorrecht gehad Wim Duisenberg te ontmoeten. Het was in het kantoor van de President op de goed beveiligde hoogste verdieping van de wolkenkrabber in Frankfurt waar de Europese Centrale bank is gevestigd. Het uitzicht was imponerend. Aan de muur enkele foto’s en schitterende cartoons. Een markante kop en een stevige handdruk. Een aarzelend lachje: ‘We gaan het toch niet over mijn vrouw hebben?’ ‘Nee, mijnheer Duisenberg, ik kom voor de heer Van Agt’. De lach werd breder en hij ontspande zich. ‘Van Agt en ik zaten tijdens het Kabinet Den Uyl naast elkaar in de ministerraad en konden het uitstekend samen vinden. Hij was geen moeilijke collega. Ik zorgde ervoor dat ik een paar steunpilaren had voordat ik het kabinetsberaad over de begroting inging. Die steunpilaren waren onder meer Van Agt en Van der Stee. Met hen had ik al van tevoren volledige overeenstemming bereikt, zodat ik met de anderen beter uit de voeten kon.’ Volgens Duisenberg stonden de ‘smaldelen’ PvdA/D’66/PPR en KVP/ARP vooral in de kranten tegenover elkaar. In het kabinet viel dat best mee. Van Agt vertelde me dat zijn buurman Duisenberg hem tijdens de vergaderingen influisterde tegen welke voorgenomen bezuinigingen op zijn departement van Justitie hij met succes bezwaar kon maken.
Als premier benoemde Van Agt Duisenberg tot President van de Nederlandse Bank: ‘Dat was onomstreden, Zijlstra wilde het zo’. Duisenberg herinnerde zich de telefonische gelukwens van de Eerste Minister: ‘ik hecht eraan je te zeggen dat het kabinet de beste beslissing heeft genomen die ze konden nemen door jou te benoemen’.
Met een verlegen lachje, zachte stem en onderkoelde humor vertelde Duisenberg me onder meer over zijn genegenheid voor én zijn meningsverschillen met Joop den Uyl, over de val van het kabinet, het leiderschap van Van Agt tijdens verschillende gijzelingsaffaires en de bizarre kabinetsformatie van 1977, die uiteindelijk leidde tot het eerste kabinet Van Agt. Opeens moesten we stoppen: de volgende afspraak was gearriveerd. ‘Voor u gaat wil ik u nog één anekdote vertellen’, glimlachte hij. ‘Tijdens de formatie van 1981 adviseerde ik de Koningin. Uit het raam zagen wij zo'n 50 persmensen met camera in de aanslag. Dat vond de Koningin niet leuk voor mij. Ik zei dat ik er wel met een stalen gezicht langs zou lopen. Het bleken echter Japanse toeristen te zijn, die heel teleurgesteld waren dat niet de Koningin, maar ik langskwam.’
Een mooie herinnering aan een bijzonder bekwame, maar vooral aardige man.
Tour
12-07-2005
Het is weer tourtijd. In Frankrijk rijden een groot aantal wielrenners zich zo’n drie weken lang het schompes. Het is vaak afzien en lang niet iedereen haalt de eindstreep in Parijs. En ik? Ik luister sinds jaar en dag elke middag naar Radio Tour de France.
Ik ben een radiomens, beter gezegd een Radio 1 mens. Mijn favoriete programma is het Radio 1 Journaal, waarmee ik wakker word, lunch en waarnaar ik in de file luister als ik van het werk naar huis rijdt. Voor mij mag dit programma 24 uur in de lucht zijn, want het voorziet voor een belangrijk deel in mijn informatiebehoefte over wat er in ons land en in de (sport)wereld aan de hand is. Nu wordt er nog te veel geneuzeld op de ‘daluren’, om over de ongein van bijvoorbeeld Radio Bergeijk maar te zwijgen.
Radio Tour de France is een jaarlijks snoepje. Plezierige muziek - een beetje meer Frans dan de rest van het jaar, de tourartiest - de onnavolgbare Amazing Stroopwafels maken mijn dag vaak weer goed, tourflitsen, het opzwepende muziekje vlak voor de finish, interviews met soms niet al te hoog timmerende fietsers en de actualiteiten. Vaak een nostalgische terugblik op de onvergetelijke Theo Koomen, de bescheiden winnaar Joop Zoetemelk of de immer vrolijke Kneet.
En toch…Mag een verslaggever iemand die net zo’n 200 kilometer de pedalen heeft stukgetrapt een koekenbakker noemen omdat hij de beslissende ontsnapping niet mee kon komen? Ik zie het die verslaggever hem nog niet nadoen, mijmer ik in mijn comfortabele bureaustoel. De eerlijkheid gebiedt dat ik mezelf ook wat ongemakkelijk voelde toen een apetrotse Dries van Agt (72) me vorig jaar vertelde dat hij onlangs de roemruchte Alpe d’Huez op de fiets had beklommen. Ik haal misschien Big Spotters Hill niet eens.
Radio Tour is voor mij genieten en ik kan er lekker bij doorwerken. Eens schreef ik een compleet computerboek tijdens de Tour. Een enkele keer krijgt de luisteraar een extraatje met Radio Olympia of Radio WK (Voetbal), die op dezelfde losse manier worden gepresenteerd.
Dames en heren die het in Hilversum voor het zeggen hebben, hou alstublieft het Radio 1 Journaal 24 uur in de lucht in de stijl van Radio Tour de France. En ook graag weer op de middengolf voor de betere ontvangst. Dat is de wens van een trouwe luisteraar.
En Lance Amstrong mag van mij weer in het geel naar de Champs Elysee.
Hooikoorts
13-06-2005
Onlangs bood een aardige dame me aan me mooie wilde orchideeën te laten zien. Nu ben ik eigenlijk alleen maar te verleiden door lekkere dingen, zoals bijvoorbeeld chocola, Parmezaanse kaas, nieuw haring, zachte whisky. Ik zeg het maar even, want mijn verjaardag komt er weer aan. Een aardige indicatie of deze column gelezen en gewaardeerd wordt, nietwaar? De redactie stuurt wel door (hoop ik).
Op snijbloemen heb ik het minder, bovendien zijn we daar thuis allergisch voor. Toch krijg ik ze nogal eens en je mag een gegeven paard niet in de bek kijken. Ik had liever een goede fles wijn gehad, maar bedank de goede gever ‘oprecht’. En vervolgens maak ik een buurvrouw blij, waardoor mijn populariteit in de buurt niet meer stuk kan. Elk nadeel hep ze voordeel, nietwaar?
Maar we dwalen af. Ik was bijna geneigd op het vriendelijke aanbod in te gaan. Wilde orchideeën zijn per slot van rekening geen snijbloemen, je mag ze niet eens plukken.
Gelukkig viel echter bijtijds het kwartje bij mij: orchideeën staan in het gras. En als ik op het ogenblik érgens ver vandaan moet blijven is het gras. Het is namelijk weer het hooikoortsseizoen. En dat leidt bij mij tot van jeukende ogen die door het vele wrijven er zo rooddoorlopen uitzien, dat men nogal eens gniffelend de vraag stelt of ik weer een zware nacht achter de rug heb. Nee, ik heb prima geslapen, maar die hooikoorts. Voorts moet ik op de meest ongelukkige momenten onverwacht knalhard niezen, middenin een goed gesprek of tijdens een officiële plechtigheid. Zodoende lukt het me lang niet altijd om bijtijds een zakdoek te pakken. Gelukkig is hooikoorts niet besmettelijk, de bacillen spetteren dus niet door de lucht. Maar toch maak ik er geen vrienden mee. Ik word dan wat verlegen van de verstoorde blikken en mompel met een rood hoofd dat ik er niets aan kan doen.
Lastig hoor die hooikoorts. Er zijn dagen dat het niezen al mijn energie opslurpt. Maar opeens is het weer over en heb ik bijna een jaar lang geen last. Waar klaag ik eigenlijk over? Toch eens aan die aardige mevrouw vragen of ze me een gezellig mooi videootje van die orchideeën kan laten zien.
Taalergernissen
09-05-2005
Sinds jaar en dag ben ik abonnee op het blad Onze Taal. Ik begin altijd met de achterkant. Daar vind je krantenkoppen met een ‘vlekje’. Deze maand waren er weer een paar aardige: ‘Achter de zon doemen weer wolken op’, ‘vrouw gaat iets vaker vreemd als man’ en ‘Hirsi Ali mag geweld thuis onderzoeken’.
Van de rubriek Taalergernissen word ik minder vrolijk. Niet zozeer vanwege wat er allemaal wordt gesignaleerd, maar vanwege het gezeur daarover. In het meinummer wordt veel taalleed (althans in de ogen van de briefschrijvers) over ons uitgestort, maar ik snap niet waar men zich zo druk over maakt.
Het zal een slachtoffer worst zijn dat het woord crimineel tegenwoordig vaker wordt gebruikt dan misdadiger. Is het echt een drama als iemand een dame naar haar ‘meisjesnaam’ vraagt? En moet je je echt ergeren aan veel gebruikte anglicismen (uit het Engels overgenomen woorden of uitdrukkingen) zoals waar leef je, hij had een punt gemaakt en voor nu? De alternatieven van de Stichting Taalverdediging voor leenwoorden als airbag (botsbalg), computer (datamaat) en milkshake (bruibalg) krijg ik in ieder geval de strot niet uit. Zelf zeg ik ook wel eens dinges als ik zo snel niet kan bedenken waar ik het over heb, maar dat is volgens een briefschrijver een manier om je er makkelijk van af te maken. So what, zou ik bijna zeggen, wees mijn gast. Dat laatste vond Dries van Agt mooi vertaald, maar ik sluit niet uit dat ik daarmee de woede van vele anderen op de hals haal. En dan is er nog de gymnasiast - derdeklasleerling schrijft hij ten onrechte aan elkaar (!) - die wil laten zien hoe geleerd hij al is en zich ergert aan het woord homofobie, want het is geen echte Griekse afleiding. En iemand die veertig jaar leraar Nederlands is geweest schrijft bedroefd dat zelfs premier Balkenende en minister Donner foute zinsconstructies gebruiken. En denk erom: het is bloedgroep nul en niet O, anders loopt de transfusie vast mis.
De taal is van ons allemaal en een beetje tolerantie kan ook op dit gebied geen kwaad. Betekent dat dat ook alles kan? Nee, natuurlijk niet. Ik erger me kapot aan het gebruik van ‘u heeft’. Dat moet ‘u hebt’ zijn. En natuurlijk geen meerdere - dat is Duits - maar verschillende of meer dan één. Zo heb ik dat op school geleerd, maar bijna iedereen doet het fout. Ik kan me daar zo kwaad over maken!!!
Pagina:
<
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
13 14
>