|
Nee, ik ben niet gebeld19-02-2007
Sinds ik enigermate politiek actief ben krijg ik stelselmatig tijdens kabinetsformaties de vraag of ik al gebeld ben door de formateur voor een ministerspost of staatssecretariaat. Meestal een onschuldig plagerijtje, maar een enkele keer bedoelt de vragensteller het serieus wat natuurlijk mijn ego kietelt. Soms laat ik het ontkennende antwoord vergezellen van een mijmering dat ik het helemaal niet betreur. Stel dat het wel gebeurde, dan zou ik gek staan te kijken. Bovendien werd het dan een moeilijk dilemma. Kun je met goed fatsoen weigeren als er een beroep op je wordt gedaan om het landsbelang te dienen op een van de hoogste posten in ons openbaar bestuur? Met als consequentie dat je onmiddellijk moet stoppen met al je huidige werkzaamheden die je met veel liefde en inzet vervult? Afgezien van een sterke vermindering van de tijd en aandacht die je aan je lief en dierbaren kunt besteden? Eerlijk gezegd ben ik ben blij dat ik niet voor die keuze word gesteld. Toch liet één gesprekspartner het er niet bij zitten. Is er dan helemaal geen kabinetspost die jij zou willen bezetten? Jawel, onderwijs. Daar heb ik me praktisch mijn hele werkzame leven en ook als vrijwilliger mee beziggehouden en daar heb ik dan ook uitgesproken ideeën over. Maar de onderwijswereld is hopeloos verdeeld en erg weerbarstig. Dat wordt dus vechten tegen de bierkaai. Ook buitenlandse zaken lijkt me aardig. Je komt nog eens ergens. Maar aardig te moeten doen tegen échte schurken, die zich letterlijk over lijken naar hooggeplaatste posities hebben gevochten stuit mij tegen de borst. Wat me op het eerste gezicht leuk lijkt is het staatsecretariaat van sport. Ik zie me al meedeinen tijdens de medaillefeestjes in het Holland Heineken Huis, frisse schaats- en hockeymeisjes zoenen en me door Erica Terpstra, ons nationale boegbeeld van de sport, laten omhelzen. Maar ja, stel dat Ajax weer eens wat wint. Moet ik daar dan als Rotterdamse boer met kiespijn bij zijn of kan ik me dan met fatsoen ziekmelden? Ik overweeg al een hele tijd mijn bankrekening bij de ABN/AMRO op te zeggen vanwege het sponsoren van die foute club. Dus toch maar niet. Natuurlijk zitten ze in Den Haag niet op Edje te wachten. Er zijn daar veel zeer bekwame mensen beschikbaar. Van hen zijn er inmiddels zevenentwintig uitverkoren. Kennelijk willen zij allemaal graag. Zij beginnen aan een zware klus met soms glamour en leuke publiciteit, maar ook met valkuilen, diepe dalen en persoonlijke offers. Anderen hadden hun mobieltje tevergeefs dag en nacht aan. Net als ik zijn zij ook niet gebeld. Een aantal van hen vindt dat vast heel erg. Ik niet, maar mijn mobiel stond dan ook weer eens uit.
‘Wow’05-02-2007
De introductie van de nieuwe versie van Windows, Vista, vond plaats in een gerestaureerd Amsterdam pakhuis. Het was er gezellig druk, veel oude bekenden. Er hing een reünieachtige sfeer. De introductie verliep gladjes. Met Windows Vista wordt het computeren vast veel leuker, gemakkelijker en efficiënter. Je moet dan meestal wel even eerst een nieuwe computer kopen, maar dan wordt het dan ook Wow, om met Microsoft te spreken. Wat is uw Wow-moment, werd er gevraagd? Oef, dat werd nadenken. Tijdens de borrel na afloop zag ik iemand die mij vaag bekend voorkwam. Niemand praatte met hem en hij stond een beetje wereldvreemd voor zich uit te kijken. Het duurde even voordat ik hem herkende als iemand die mij jaren geleden herhaaldelijk op vervelende wijze had dwarsgezeten en daarbij alleen maar geïnteresseerd leek in het nog verder opvullen van zijn eigen reeds boordevolle portemonnaie. Elke kruising van onze wegen werd voor mij een nieuwe onprettige ervaring en ik kon zijn bloed wel drinken. Op zeker moment besloot ik hem voortaan uit de weg te gaan. Ik wilde hem niet meer kennen. Zo nu en dan hoorde ik van anderen dat ze soortgelijke ervaringen met dit onaangename sujet hadden opgedaan. Langzamerhand verdween hij gelukkig voor mij uit beeld, kennelijk zelfs zodanig dat ik hem niet onmiddellijk herkende vorige week. In de auto op weg naar huis bedacht ik me dat de herkenning van mijn voormalige kwelgeest geen enkele emotie bij me opgeroepen had, geen kwaadheid, helemaal niets. Ik had hem dus inmiddels met alle narigheid van destijds ver achter me gelaten, realiseerde ik me. Opeens kon ik een vrolijk Wow niet onderdrukken.
Oudejaarsmijmering18-12-2006
Het lijkt wel of ik het afgelopen jaar veel, sowieso te veel, uitvaarten heb bijgewoond. Elke keer is het een zware gang, maar je kunt de nabestaanden nu eenmaal niet in de steek laten. Zij hebben het nog veel zwaarder. Met het stijgen der jaren neemt bij mij het besef toe dat dat niet mijn eigen verdienste is, maar dat ik me gelukkig mag prijzen. Anderen stierven helaas op jongere leeftijd. Veel lang en kortgeleden overledenen vergezellen me verder op mijn levensreis. De contacten met hen, gelukkig ook met vele levenden, hebben mij mede gemaakt tot wat ik nu ben. Aan het eind van weer een kalenderjaar, maar niet alleen dan, denk ik daaraan met een dankbare, waarderende glimlach.
Eindelijk genieten30-10-2006
Wat zou je doen als jij de baas was van de hele wereld? Heeft u dit zich wel eens afgevraagd? Zou u net als ik een einde gaan maken aan oorlog, honger en armoede? Maar zou u ook net als ik onmiddellijk de zomertijd afschaffen? Allemaal illusie. Alleen absolute heersers zoals Fidel Castro en Kim Jonh Il van Noord Korea zijn in staat de zomertijd buiten de deur te houden als ze dat tenminste willen. Overigens doen ze in bijvoorbeeld Japan niet mee aan die malligheid van het manipuleren van de tijd, zoals mijn in Tokio woonachtige zoon meldde. Als vijftienjarig jochie mocht - of was het moest? - ik met mijn ouders en broer mee op vakantie naar Italië. Na het passeren van de toen nog duidelijk aanwezige grens bleek dat Italië de zomertijd had ingevoerd. We moesten onze horloges een uur vooruitzetten. Ik heb dat heel eigenwijs geweigerd, wat overigens heel onpraktisch bleek omdat bijvoorbeeld er vaste tijden voor de hotelmaaltijden waren. Ontbijt van zeven tot tien uur was dus op mijn horloge zes tot negen uur, zoals ik dan ook luidkeels verkondigde. De hele vakantie hield ik het vol, tot verdriet van de rest van mijn familie, die zich in het onvermijdelijke hadden geschikt. Op latere vakanties in Italië zette ook ik mijn klokje een uur vooruit, maar ik liet iedereen die het wilde en ook iedereen die het niet wilde horen continu weten dat het eigenlijk een uur eerder was. En toen voerde het Kabinet den Uyl, waar ik toch al geen groot voorstander van was, de zomertijd in Nederland in. Een uitvinding van Hitler, wist ik inmiddels. Als ik me die tijd herinner denk ik allereerst aan de zomertijd en aan de autoloze zondag als de meest verwerpelijke zaken. De autoloze zondag dwong ons vroeg op de zaterdagavond een bruiloftsfeest in een ander deel van het land te verlaten, terwijl er nog schalen vol met lekkernijen klaarstonden. En de zomertijd zorgde ervoor dat ik een half jaar lang een uur te vroeg uit mijn bed moest komen, wat niet meevalt voor een nachtmens. De autoloze zondag was gelukkig geen blijvertje, de zomertijd helaas wel. En dankzij Europa kwam er zelfs nog een maand bij. Elk voorjaar moet je je biologische klok weer aanpassen, wat mij ongeveer een - chagrijnige - week kost. De rest van de zomertijd kijk ik uit naar het eind ervan, niet al te gretig want elke dag kom je dichter bij je eigen dood. Het is natuurlijk maar klein leed, maar toch… Eindelijk dan weer die heerlijke lange nacht van zaterdag op zondag. Genieten. Ik ben tegelijk weer ingeregeld in de normale tijd, zonder problemen met mijn biologische klok. Gek hè?
Frisjes11-09-2006
De bestgeklede man van het jaar zal ik nooit worden. Als ik me voor een bepaalde gelegenheid als heer moet vermommem en als gevolg daarvan weer eens een keer nieuwe of pas gestoomde kleren draag, zitten er binnen tien minuten etensresten op. Daarom houd ik mijn nette pakken zo lang mogelijk in de kast en valt het mij bijzonder moeilijk afscheid te nemen van oude kleren en schoenen. Natuurlijk ook omdat ze gewoon lekker zitten en dan doet een vetvlekje of wat minder schoenpoets er niet zo veel meer toe, nietwaar? Verder heb ik nog pakken van mijn vader in de kast en krijg ik regelmatig blazers van mijn militaire broer, die heel precies is op zijn kleding. Mijn kinderen hebben het over ‘pappa-overhemden’. Inmiddels genereren ze zich er niet meer voor, maar maken vrolijke grappen over mijn ‘gedurfde’ kleurencombinaties Vlak voor mijn vakantie tref ik in een zak met afgedankte kleding een dierbare blauwe ribbeltjesbroek aan. Moet die nu al weg? Ik heb hem nog geeneens tien jaar? Hij is wel wat kaal en een beetje versleten, maar verder is er niets mis mee. Ik wil hem nog niet kwijt en haal ik hem weer uit de zak. Toch nog een prima broek voor de vakantie? Een week later arriveer ik om twee uur ‘s middags in Aberdeen. Tijd voor een late lunch. Ik dwaal door een warm stadshart op zoek naar een eetgelegenheid die nog open is. Dat valt niet mee. Uiteindelijk vind ik een Chinees met airco en een uitgebreid smakelijk keuzebuffet. Mijn dorst wordt gelest met een pint Miller van de tap, Australische pils. Mijn hersens kraken. Is een Britse pint nu een hele of een halve liter? De tweede pint is gratis, dus de vierde ook. Hoeveel bier heb ik nu op? Ik kom er niet uit. Meer dan gelaafd en verzadigd sta ik op. Ik hoor onder mij iets kraken, maar kan dat geluid niet thuisbrengen en schenk er verder geen aandacht aan. Detail. Buiten kom ik een paar Schotten tegen, in kilt. Ik heb wel eens gehoord dat ze daaronder niets aanhebben. Frisjes lijkt me dat. Van de weeromstuit krijg ik zelf een tochtig gevoel. Vol diepe gedachten bereik ik mijn hotel. Eerst even het porselein inspecteren – vier pinten is niet niks – en al snel slaap ik de slaap der rechtvaardigen. Na een verfrissende douche wil ik mijn broek weer aantrekken. Oeps. Het kruis blijkt plotseling ingescheurd. Weggooien? Nee toch. Een oude lap in de auto is nooit weg. Ik heb een prima vakantie gehad. Pagina: < 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 > |